Kleding wassen: zo doe je het stap voor stap

Kleding wassen doe je het beste door eerst te sorteren op kleur en materiaalsoort, zakken leeg te maken en gevoelige stukken in een waszak te stoppen. Was daarna op de temperatuur die het waslabel aangeeft, meestal tussen 30 en 60 °C, met de juiste hoeveelheid wasmiddel. Zo haal je de was schoon zonder kleding te beschadigen.

Sorteer de was voordat je begint

Het sorteren van de was is de stap die de meeste mensen overslaan, maar het maakt een groot verschil. Gooi je een rood shirt bij witte kleding, dan loop je het risico dat alles roze uit de machine komt. Verdeel de was daarom in drie groepen: witte kleding, lichte kleuren en donkere kleuren. Was deze groepen altijd apart.

Sorteer daarna ook op materiaal. Katoen kan vaak op hogere temperaturen, terwijl wol, zijde en synthetische stoffen een lagere temperatuur nodig hebben. Gooi je wollen truien bij een katoenen was op 60 °C, dan krimpen ze. Controleer altijd het waslabel: dat geeft precies aan wat de stof aankan.

Leeg ook alle zakken voordat je kleding in de machine stopt. Een vergeten tissue verpest een hele lading was, en losse munten of sleutels kunnen de trommel beschadigen.

Waslabel lezen: wat betekenen de symbolen?

Op elk kledingstuk zit een waslabel met symbolen. Het wasteiltje geeft aan op welke temperatuur je mag wassen. Een getal in het symbool (zoals 30, 40 of 60) is de maximumtemperatuur. Een hand in het teiltje betekent alleen handwassen. Een kruis door het teiltje betekent: niet wassen, maar naar de stomerij.

Andere veelvoorkomende symbolen zijn het driehoekje (bleken), het vierkantje met cirkel erin (drogen in de droger) en het strijkijzer (strijken). Streepjes onder een symbool betekenen dat je voorzichtig te werk moet gaan, bijvoorbeeld een lagere centrifugeersnelheid. Als je het label niet meer kunt lezen, was dan altijd op 30 °C; dat is veilig voor bijna alle materialen.

De juiste wastemperatuur kiezen

30 °C is geschikt voor gevoelige materialen, licht vuile kleding en donkere kleuren die anders kunnen verschieten. 40 °C werkt goed voor normaal gebruik en de meeste katoenen kleding. 60 °C gebruik je voor zaken zoals handdoeken, ondergoed en beddengoed, waarbij je bacteriën beter wilt verwijderen. Was je op hogere temperaturen dan nodig, dan slijt kleding sneller en gebruik je onnodig veel energie.

Was je op 30 of 40 °C, dan spaar je ook de kleur en de vorm van de stof. Zeker synthetische materialen zoals polyester of nylon gaan langer mee bij een lagere temperatuur. Alleen bij hardnekkig vuil of hygiënisch gevoelige was (zoals kleding van een ziek kind) is een hogere temperatuur echt zinvol.

Hoeveel wasmiddel gebruik je?

Meer wasmiddel is niet beter. Te veel wasmiddel lost niet volledig op en blijft achter in de stof, wat kan zorgen voor huidirritatie en een grauwe was op de lange termijn. Gebruik de hoeveelheid die de verpakking aangeeft voor de grootte van jouw lading en de hardheid van het water in jouw regio. Bij zachter water (zoals in veel delen van Nederland) heb je minder wasmiddel nodig dan bij hard water.

Vloeibaar wasmiddel gooi je in het ladetje voor de hoofdwas of rechtstreeks in de trommel op de kleding. Waspoeder doe je altijd in het ladetje, nooit direct op kleding: dat kan vlekken veroorzaken. Voor wol en zijde gebruik je een speciaal fijnwasmiddel, want gewoon wasmiddel tast deze vezels aan.

Fijne kleding: wanneer gebruik je een waszak?

Een waszak beschermt gevoelige kleding tijdens het wassen. Gebruik hem voor kant, beha’s, dunne truien, kleding met ritsen of versieringen en synthetische sportkleding. De waszak voorkomt dat de stof in de war raakt, pieken of beschadigd raakt door metalen onderdelen van andere kledingstukken. Je stopt het kledingstuk in de waszak, ritst hem dicht en gooit de hele zak in de machine.

Ritsen van andere kleding doe je altijd dicht voor je ze in de was gooit. Een open rits kan haken aan andere stukken en zo een trui of shirt kapotmaken. Draai donkere of gevoelige kleding binnenstebuiten: zo slijt de buitenkant minder snel en behoud je de kleur langer.

Na het wassen: drogen en vouwen

Kleding zo snel mogelijk uit de machine halen na het wassen voorkomt schimmelvorming en een muffe geur. Hang kleding op een rek om te luchten op kamertemperatuur of buiten. Houd rekening met het waslabel: sommige kleding mag in de droger, andere juist niet. Wol en katoen krimpen in de droger als de temperatuur te hoog is.

Hang kleding op een goede manier op: truien leg je plat of hang je op brede hangers, zodat ze niet uitrekken. Shirts en overhemden kun je direct op een kleerhanger hangen om kreuken te voorkomen. Vouwen doe je pas als kleding volledig droog is.

Wie kleding wassen goed aanpakt, heeft minder kleding die verbleekt, krimpt of vervormt. Sorteren, het waslabel volgen en de juiste hoeveelheid wasmiddel gebruiken zijn de drie dingen die het meeste verschil maken. Kleine gewoontes die je kleding een stuk langer mooi houden.